WANDELINGEN OP ZORGVLIED

 

Waar vind je zoveel namen op zo’n kleine plek? Zorgvlied is zo’n plek. Naamloze graven heb ik er op al m’n wandelingen niet kunnen ontdekken. Soms vind je er alleen een voornaam, meestal echter de volledige naam, versierd met titels als de overledene die in zijn of haar leven voerde.
Mensen willen gekend worden, bij name. Zijn naam is zijn identiteit. Zijn naam zegt degenen, die hem omringen, wie hij is, waar hij voor staat en wat zijn plek is in de geschiedenis van mensen. ‘Heb ik een naam, als jij mij niet kent?’ Wie naamloos door het leven gaat, door niemand wordt gekend, leeft aan de rand van de maatschappij. Wiens naam nooit wordt geroepen, weet niet meer hoe hij heet, wie hij is. Een naamloze heeft geen stem.
Een naam is niet alleen maar een klank. Een naam is een huis, waarin men woont. Sommige van die huizen zijn gedecoreerd met titels; doctor, meester, professor, directeur, president. Titels geven aan, dat degenen, die ze dragen, kennis van zaken hebben op een bepaald gebied of een bepaalde positie bekleden in de maatschappij. En het gebeurt vaak, dat men daar ook allerlei privileges aan ontleent; hoge salarissen, een dure auto van de zaak, een groot huis.
Vraag is  – in een maatschappij, waarin velen ondanks hard werken van een minimum moeten rondkomen – of die privileges wel terecht zijn. En of men wel oprecht met de macht omgaat, die deze titels suggereren. Soms dragen mensen in hoge functies titels, die het tegendeel zijn van wat ze willen uitdrukken. Hun gedrag is er niet altijd naar. Zie de vele dictators in onze huidige wereld. De internationale rechten worden door hen met voeten getreden, de grondwet wordt terzijde geschoven. Ze voeren oorlog om hun eigen hachie te redden.

 Het woord ‘minister’ betekent niets anders dan ‘dienaar’. En ‘generaal’ betekent ‘algemeen’. Niets bijzonders dus.
Zorgvlied biedt dan in dit geval een beetje troost: in de grond zijn we weer allemaal gelijk.

Rob de Groot