WANDELINGEN OP ZORGVLIED
‘Wat is erger dan doodgaan? Het leven verliezen door achterdocht, wanhoop, verbittering, verliezen van het leven.
Wat is erger dan leven? Doodgaan voordat je de liefde kent, geslagen door die bliksemschicht geluk en nadien al die uren gemis en verdriet.
Iets ergers dan leven en doodgaan is er niet.’
Het zou een grafschrift kunnen zijn, dit gedicht van Bea Dorpema.
Als dit je grafschrift zou zijn, zou het leven maar weinig geluk hebben gebracht. Niet het geluk, dat de reclameboodschappen ons dagelijks in de oren tetteren, maar de werkelijke en wezenlijke ervaring van volledig geaccepteerd te zijn, door jezelf, door anderen.
Dat overkomt de meesten van ons wel een aantal keren in zijn of haar leven. Maar er zijn ook vele mensen voor wie dat niet of nauwelijks geldt, hun hele leven lang of een periode daarin. Op sommige stenen is dat tussen de regels van de grafschriften door te lezen.
Het besef dat mensen zo hebben geleden als het gedicht van Bea Dorpema uitdrukt, roept vele vragen op. Wie zijn die mensen? Waren en zijn ze in mijn omgeving? Wat doe ik voor hen? Wat kan ik doen? Wat kunnen wij doen?
Hoe komt het dat we die wanhoop niet zagen? Worden we opgeslokt door het haastige leven, dat we leiden of laten we ons opslokken? Waarom falen we? Waar blijven we met onze hoop, ons geloof, onze liefde?
Soms kun je zo verdwalen op Zorgvlied. Dan brengen dit soort vragen geen rust, maar rusteloosheid. Dan lijken sommige graven een aanklacht te worden. ‘Waar was je, toen ik je riep!’
Gelukkig bieden andere grafschriften vertroosting; mensen hadden elkaar lief, hebben veel voor elkaar betekend, missen elkaar. En Jezus’ woorden, die vele grafstenen sieren, zeggen dat we ons kunnen verlossen van onze onmacht en troosteloosheid. ‘Mens, waar is je broer?’ is naast vraag ook gelijk het antwoord. In de rest van ons leven kunnen we dat antwoord steeds opnieuw waarmaken. Laten we er vandaag mee beginnen, ook als ‘kleine’ mensen.
Of zoals dichter Jan van Nijlen het schreef: ‘Wees vooral niet verbaasd dat langs gewone bomen een doodgewone trein u voert naar het hart van Rome.’
Rob de Groot