De vijftiende statie

 

Tegenwoordig wordt aan een kruisweg door kunstenaars nogal eens een vijftiende statie toegevoegd, die Jezus’ verrijzenis uitbeeldt. Het gaat de God, van wie Jezus de icoon is, immers niet om pijn en lijden, om ondergang en dood. Zo’n vijftiende statie corrigeert een vaak verkeerd begrepen accent in het geloof van onze voorouders. Jezus verlost niet door zijn leven als offer op te geven en het gaat niet om zijn sterven. Jezus gaat ons in zijn opstanding voor naar het ware leven in gemeenschap met God.

Dat is waar, maar wordt het niet te snel ingebracht? In de voorstelling van het Joahannesevangelie weet Jezus vanaf het begin dat zijn sterven een doorgang is naar het volle leven in gemeenschap met God, zijn Vader. Jezus zegt kort voor Hij sterft dat waar Hij heengaat, zijn leerlingen hem niet kunnen volgen ( Joh. 13, 33). Dat komt later, verzekert Hij Petrus ( Joh. 13, 36 ). Eerst moet Jezus, zoals Hijzelf zegt, als een graankorrel in de aarde vallen en veel vrucht voortbrengen (Joh. 12, 24).

Het lijden en sterven van Jezus, zijn steeds dieper afdalen en steeds verdergaande identificatie met de pijn en de moeite, de beschadigingen en verminkingen, met wat geminacht wordt en van generlei waarde geacht wordt, dat is zijn weg naar de Vader. Alleen in de weg in de dood is de weg ten leven! En wel in overvloed.

Dat is geen misplaatste poging lijden en dood te verheerlijken of goed te praten. Integendeel. Zich zonder reserve te verbinden met genegeerden en onzichtbaren, onderworpenen en verdrukten, gepijnigden en gemartelden, gedoden en vergetenen: het is het ultieme protest tegen de inrichting van een wereld, die verwerpt uitbuit, pijnigt en vermoordt. Het toont dat er maar al te vaak geen orde heerst, maar wanorde. Gods orde stelt diegenen centraal die de gebruikelijke orde terzijde schuift. Maar Gods orde is nog niet de feitelijke orde van de wereld. Nog niet.

Het koninkrijk van God, het koninkrijk van de hemel is ophanden: dat is Jezus’ boodschap in het evangelie. Het is een rijk, waarin niemand marginaal is en waarin niets van belang is dan dat iedereen en alles tot volle bloei komt. Jezus verbindt zich in het lijden met degenen die dit bij uitstek niet wordt gegund. Zo maakt Hij duidelijk dat het Rijk van God speciaal voor hen bedoeld is. Door ons Jezus’ lijden en sterven tot in detail te binnen te brengen, maken wij hun geschiedenis tot deel van de gemeenschap met God, waarnaar wij verlangen en die ons door Jezus beloofd is. – Jezus’ lijden gedenken betekent het lijden van de wereld gedenken. Zo hopen wij op de opstanding tot het ware leven, niet alleen van Jezus, maar van alles en allen. In het gedenken van Jezus’ lijden belichamen wij zijn opstanding.

Uit: Erik Borgman, Door het lijden, meditaties bij de kruisweg. Adveniat 2018.