Informatie  Vieren  Zorg  Leren  Onderweg  Financiën  Plein v. Siena  Links

Wandelingen op Zorgvlied

 

Om zout en zoet en zuur te zijn. En regel uit het Een nieuw bruiloftslied op een Poolse volksmelodie.
In de tijd dat ik nog op een kantoor op de Dam werkte, wandelde ik in de pauze regelmatig naar Joop Triest. Joop had een ouderwetse handkar met haring en zure bommen en stond net voorbij het Beursgebouw aan het water. Hij begon rond 11.00 u. En als z’n harington leeg was, liep het tegen drieën en ging hij naar huis. Hij had voortreffelijke haring, niet te zout, stevig en moddervet. Als je een paar keer bij hem langs was geweest, wist hij precies wat voor haring je wilde hebben. ‘Jij een harde, hè jongen.’ En als de haring was schoongemaakt, legde hij hem in een bak met uien met de woorden: ‘Zo hard als een plank’. Je moest de haring wel voorzichtig eten en beslist niet boven de uienbak gaan hangen met het gevaar dat er uitjes in terug vielen. Een keer deed een niets vermoedende Amerikaanse toeriste dat wel en die kreeg gelijk de wind van voren.

Lange tijd hielp zijn vrouw hem erbij. Maar ze was al erg en eigenlijk ongeneeslijk ziek en Joop maakte zich daar ernstige zorgen over. Ze waren aan elkaar verknocht. Helaas overleed ze en werd ze begraven op Zorgvlied. Regelmatig zag ik Joop in de jaren erna daar bezig met het verzorgen van haar graf. Jaren nadien is ook Joop overleden en ligt hij bij haar begraven. Zout en zuur. Na m’n harinkje stak ik het Damrak over, de steeg door en linksaf naar bonbonnerie en ijssalon van der Linde om daar een super heerlijk slagroomijsje te halen, dat wonderwel harmonieerde met de smaak van de zoute haring van Joop. Zout en zoet en zuur. Zomaar een mij bekend fragment uit twee mensenlevens - eenvoudige mensen die god-weet-wat in hun leven hebben meegemaakt - die in ieder geval voor klanten veel hebben betekent; veel kantoorlieden op het Damrak kwamen regelmatig haringen bij hen halen: ‘Joop, twaalf uur tien haringen?’
Het steevaste antwoord van Joop was dan: ‘Komt voor elkaar, jongen.’ ‘Om alles en om niets te zijn gaat iemand tot een ander naar verte die niemand weet, door vuur dat mensen samensmeedt. Om leven in lief en leed gaan mensen tot elkander.’

Rob de Groot

 terug