VEERTIGDAGENTIJD 2024

 

Boodschap van paus Franciscus.

Broeders en zusters, Wanneer onze God zich openbaart, brengt Hij altijd een boodschap van vrijheid: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd’. Dit zijn openingswoorden van de 10 geboden, gegeven aan Mozes. In de woestijn zijn die gegeven als een weg naar vrijheid.

De oproep tot vrijheid is veeleisend en vraagt tijd. Net zoals Israël in de woestijn nog steeds vasthield aan Egypte – vol heimwee en gemor – zo kunnen wij ons hechten aan verstikkende banden die we moeten opgeven.

De veertigdagentijd is een tijd van genade, waarin de woestijn opnieuw de plaats van onze eerste liefde kan worden. Dat zegt de profeet Hosea. God leert zijn volk de slavernij achter zich te laten en de overgang van dood naar leven te maken.

De eerste stap om de veertigdagentijd concreet te beleven, is eerlijk kijken naar de realiteit. De Heer zegt tot Mozes: “Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, Ik heb hun jammerklachten gehoord, Ik weet hoe ze lijden. Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van Egypte te bevrijden.” Ook vandaag klinken talloze jammerklachten van onze onderdrukte broeders en zusters. Horen we die? Schudden ze ons wakker? Teveel scheidt ons van elkaar en ontkent de oorspronkelijke broederschap.

Tijdens mijn bezoek aan Lampedusa stelde ik tegenover de globalisering van onverschilligheid, twee vragen die steeds relevanter worden: Waar ben je? en Waar is je broer? Onze veertigdagentocht wordt concreet als we bedenken dat wij nog steeds onder de heerschappij van de farao leven. Dat put ons uit en maakt ons onverschillig. Het verdeelt ons en pakt ons onze toekomst af. Niet alleen worden aarde, lucht en water vervuild, maar ook onze zielen. Ons doopsel heeft bevrijding in gang gezet, maar wij hebben nog steeds een onverklaarbaar heimwee naar de slavernij, naar de zekerheid van het bekende, ten koste van onze vrijheid.

In het Exodusverhaal is het God die ziet, wordt geraakt en bevrijdt; Israël vraagt hier niet om. Farao verstikt dromen, doet alsof deze wereld, waarin de menselijke waardigheid wordt vertrapt en authentieke relaties worden ontkend, nooit kan veranderen. Hij slaagt erin om alles aan zich te binden. – Vraag jezelf af: Wil ik een nieuwe wereld? Ben ik bereid om mijn compromissen met het oude achter me te laten?

Het getuigenis van veel van mijn broeders en zusters die zich inzetten voor vrede en gerechtigheid, overtuigt mij er steeds meer van dat ik een tekort aan hoop moet bestrijden. – Dit tekort aan hoop doet terugverlangen naar de slavernij die het Godsvolk in de woestijn verlamde en verhinderde om vooruit te komen. Jammer: de mensheid heeft universele broederschap in zicht, ze heeft een niveau bereikt van een ontwikkeling, dat de waardigheid van iedereen zou kunnen garanderen, maar ze dwaalt nog steeds rond in ongelijkheid en conflicten.

God heeft nog steeds geduld met ons. Laten we de veertigdagentijd verwelkomen als een tijd van genade, een tijd van bekering en vrijheid. Jezus zelf werd door de Geest naar de woestijn geleid om zijn vrijheid op de proef te stellen. Veertig dagen lang zal Hij met ons zijn.

TIJD VAN BEKERING EN BEVRIJDING

De woestijn is de plek waar onze vrijheid kan groeien naar een persoonlijke keuze om niet terug te vallen in de slavernij. Tijdens de veertigdagentijd ontdekken we nieuwe kansen en een gemeenschap waarmee we een nieuwe weg kunnen inslaan.

Dit brengt strijd met zich mee. Dat zie je ook in de beproevingen van Jezus in de woestijn. God zegt: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon’. Maar hij wordt tegengesproken door de vijand en zijn leugens. Afgoden kunnen worden gezien als de stem van de vijand, die in ons spreekt. Macht hebben, door iedereen bewonderd worden, over anderen heersen: iedereen weet hoe verleidelijk die leugens kunnen zijn.

Wij kunnen ons hechten aan geld, doelstellingen, onze positie, tradities, of zelfs bepaalde personen. Maar soms raken wij daardoor verlamd. Het drijft ons uit elkaar. Maar er is een nieuwe mensheid, een volk van kleine en nederige mensen die niet zijn bezweken voor de verleidingen van de leugen. Zij zijn ontvankelijk en alert. Zij bewaren de stille kracht van het goede die de wereld geneest en in stand houdt.

Het is tijd om te handelen. In de veertigdagentijd betekent dit: ook even halt houden. We staan stil in gebed om het woord van God te ontvangen en te zijn bij onze broeders en zusters in nood. Daarom zijn bidden, aalmoezen geven en vasten een beweging waarin we alles wat ons gevangen houdt van ons afgooien. Dat zal ons uitgeputte en vereenzaamde hart goed doen.

Vertraag dus en neem pauze! De contemplatieve dimensie van het leven zal nieuwe energie vrijmaken. We vinden tochtgenoten in plaats van tegenstanders. Dit is Gods droom, het beloofde land waarnaar we op weg zijn.

De synodale vorm van de Kerk maakt de veertigdagentijd ook tot een tijd van samen besluiten nemen. Kleine en grote. Denk aan de manier waarop we goederen verwerven, zorg dragen voor de schepping en ook kijken naar diegenen die ongezien blijven. In elke gemeenschap zouden er momenten moeten zijn om samen onze levensstijl te overwegen en onze plaats in de samenleving te verbeteren.

Deze veertigdagentijd kan een tijd van nieuwe hoop worden. Afgelopen zomer zei ik tegen de jongeren in Lissabon: ‘Blijf zoeken en wees bereid om risico’s te nemen. Op dit moment in de geschiedenis zijn de uitdagingen enorm, we horen de pijnlijke jammerklachten van zoveel mensen. We maken een derde wereldoorlog mee die in stukjes wordt uitgevochten. Maar laten we de moed vinden om de wereld niet te zien als een wereld die stervende is, maar als een wereld die geboren wordt. Het is niet het einde maar het begin van een groot nieuw hoofdstuk van de geschiedenis. We hebben moed nodig om zo te denken, de moed van bekering, geboren uit het opstaan uit de slavernij. Want geloof en naastenliefde en hoop gaan hand in hand.

Ik zegen jullie allen onderweg door de woestijn.

Paus Franciscus.