Informatie  Vieren  Zorg  Leren  Onderweg  FinanciŽn  Plein v. Siena  Links

IEDEREEN ZOEKT UÖ

Op zondag 7 februari waren de weersomstandigheden zodanig dat niemand onze zondagsviering kon bezoeken. De woord-gebedsdienst is daarom niet doorgegaan. De lezingen waren: Job 7, 1-4.6-7 en Marcus 1, 29-39. Daarbij was onderstaande overweging geschreven.

Vandaag lezen we in de eerste lezing over het lijden van Job. Wie kent niet het gezegde: zo arm als Job. Als ziekte of financiŽle tegenslag ons treft, kunnen we daar zwaar onder gebukt gaan en maakt dat onze wereld plotseling heel klein! Hoe actueel is het niet voor alle mensen, waar ook ter wereld die direct of indirect, lijden of te kampen hebben met het Corona virus? Maar ook in andere gevallen kan het noodlot plotseling toe slaan. Veel mensen vragen zich dan af: waarom moet dit uitgerekend mij overkomen? waar heb ik dat aan verdiend? Heb je in je leven net alles op de rit staan, gaat er opeens van alles mis! Sommige mensen gaan in hun gedachten nog iets verder en vragen zich af of God er soms iets mee van doen heeft! Ze vragen zich af of dit de wil van God is om ze zo zwaar op de proef te stellen. Of hebben ze het soms aan zichzelf te wijten? In het geval dat het noodlot ons treft, kunnen we ons van alles laten wijsmaken door onszelf of door anderen. We kunnen het vertrouwen in God opgeven, hem als het ware buitenspel zetten. Waarom geloven in een rechtvaardige, liefhebbende, barmhartige God, wat heeft dat voor zin als we niet voor onheil bespaard blijven?
Met het waarom wordt ook Job geconfronteerd, als hij alles verliest wat hem dierbaar was: zijn kinderen, welvaart, gezondheid. Zijn vrienden staan gelijk voor hem klaar, suggereren oorzaken en komen met goede raad. Maar Job is niet geÔnteresseerd in het waarom, en legt de goede raad naast zich neer. Job ervaart zijn lijden en dat van andere mensen als een groot onrecht, dat je niet kunt goed praten of wegpoetsen. Ook weigert hij zich neer te leggen bij wat zijn vrienden suggereren: de rechtvaardige vergelding van God. Job komt in opstand. Wat hem dwars zit spreekt hij uit, klaagt hij aan tegenover de enige, die echt naar hem luistert en hem in zijn ellende serieus neemt. Wie is diegene die echt luistert, niet naar oorzaken zoekt, maar oog houdt voor Job zelf, zich niet verschuilt achter goede raad, maar stil bij Job blijft zitten? Wie is diegene die Job niet verder in de put praat, maar hem in zijn opstandigheid bevestigt? Wie is diegene?

In die tijd toen Jezus uit de synagoge kwam ging Hij met Jakobus en Johannes naar het huis van Simon en Andreas. De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed. Zij spraken over haar en Hij ging naar haar toe, pakte haar bij de hand en deed haar opstaan. Wat je zou verwachten doet de schoonmoeder na haar genezing niet; geen verheerlijking van Jezus. Wat daardoor des te meer opvalt is haar reactie: er staat: zij begon hen te dienen!
In de avond, na zonsondergang, bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem. Heel de stad stroomde voor de deur samen. Velen die aan allerhande ziekten leden, genas Hij en Hij dreef tal van geesten uit, maar liet niet toe dat de boze geesten spraken, omdat zij Hem kenden.
Deze demonen moeten wel hun mond houden, want zij wisten wie Hij was. Simon en de anderen die bij Jezus waren wisten dit niet. Dat blijkt uit hun reactie. Als Jezus zich op een eenzame plek heeft teruggetrokken om te bidden, storen zij hem: ďHeer, iedereen is naar u op zoek.Ē Dat moet Jezus aangegrepen hebben: de noodlijdende mensen die naar hem op zoek zijn voor kracht en genezing. Door hen te genezen heeft hij zich in het middelpunt van de belangstelling geplaatst, Hij zou ervoor gekozen kunnen hebben om te blijven, maar hij trekt verder, zijn missie is om de wil van de Vader te volbrengen en naar de dorpen in de omtrek te gaan om ook daar te preken en het goede nieuws te verspreiden.
Daarom is wellicht de reactie van Simon en zijn metgezellen vanuit mensen bezien op het eerste gezicht niet zo vreemd. Wie wil er nu niet in het middelpunt van de belangstelling staan? Wij die op de hoogte zijn, weten wat Jezus met dit goede nieuws bedoelt: het Koninkrijk Gods dat is aangebroken. Wij zijn hier vandaag in dit uur weer bijeen gekomen omwille van zijn woord: de aankondiging van Gods Koninkrijk. We scharen ons weer rondom de schrift en luisteren naar Zijn woord. Net als Jezus zoeken we de stilte op en overwegen we de woorden van God in ons hart. De stilte die ons soms ook bang kan maken, omdat we dan met ons eigen ik geconfronteerd worden in relatie met Zijn Koninkrijk. Vandaar dat er talloze vormen van afleidingen bestaan,. De sociale media en alles wat daarmee samenhangt: het is allemaal niet meer weg te denken uit het leven van ons mensen! Alles en iedereen schreeuwt om aandacht. Regelmatig voelen wij ons machteloos tegenover alles wat er in de wereld gebeurt. Ook voelen wij ons soms weerloos tegenover de wispelturige neigingen in ons eigen hart. Op die momenten is het goed om weer stil te worden en te vragen of God u en mij met zijn kracht terzijde komt staan. Jezus heeft in zijn leven heel veel van zichzelf gegeven, maar heeft dat alleen kunnen doen met de hulp van Zijn Vader, die we dankzij Hem ook onze Vader mogen noemen. De zin van ons leven is, dat de glorie van God in ons zichtbaar wordt. De grootste glorie die wij aan God kunnen brengen is dat wij het uithouden om samen met onze medemensen ondanks alle tegenslagen ťťn volk proberen te zijn. Op God blijven vertrouwen en ons vooral niet laten meeslepen in alles wat er om ons heen gebeurt.
Ons doel is om het leven dat door hem gemaakt en aangeraakt is te bewaren en vrucht te laten dragen,en als goede en betrouwbare dienaren te wachten op zijn wederkomst!

Jos van der Eijk, lid van de woorddienstgroep

    terug